Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud

Week van de Medezeggenschap: “Jouw stem hebben we nodig”

In de Week van de Medezeggenschap staan we extra stil bij de stem van cliënten. Maar hoe zorg je ervoor dat mensen die stem ook daadwerkelijk durven te laten horen?

Op woonlocatie Boekholt in Rotterdam-Ommoord begint dat volgens teamleider Sarai bij iets heel eenvoudigs: luisteren, vertrouwen opbouwen en elkaar leren kennen. Bewoner Michelle weet uit eigen ervaring hoeveel verschil dat kan maken.

Sarai werkt inmiddels dertien jaar in de zorg en is sinds december teamleider van Boekholt. Op de locatie wonen 28 bewoners van 55 jaar en ouder, ieder in een eigen studio met keuken en sanitair. Wie behoefte heeft aan gezelschap, kan terecht in de gezamenlijke woonkamer. Daar worden door activeringscoaches ook allerlei activiteiten georganiseerd, van wandelen en schilderen tot bingo en filmavonden.

Michelle woont inmiddels drieënhalf jaar op Boekholt. Ze heeft een fijn appartement aan het einde van de gang en kan zich terugtrekken wanneer ze daar behoefte aan heeft. “Heerlijk”, zegt ze daarover. Maar ze is ook in de gezamenlijke woonkamer te vinden. Ze is creatief, helpt andere bewoners bijvoorbeeld met schetsen tijdens het schilderen en houdt een oogje in het zeil als iemand zich langere tijd terugtrekt.

Sarai glimlacht als Michelle zegt dat ze vooral haar eigen gang gaat. “Je hebt juist een sociaal heel gewaardeerde rol hier.”

Eerst luisteren

Toen Sarai in december begon als teamleider, merkte ze dat er behoefte was aan meer contact met bewoners. Daarom startte ze samen met een collega een maandelijkse bewonersvergadering. Ze wilde vooral weten wat er onder bewoners leefde. Hoe is de sfeer? Waar lopen mensen tegenaan? Wat vinden zij prettig en wat niet? 

Sarai merkt daarbij dat de bewoners van Boekholt graag betrokken worden. “Deze groep zit bij wijze van spreken al klaar voor een bewonersvergadering. Ze hebben er zin in en willen graag gehoord en gezien worden.” Dat maakt het makkelijker om met elkaar in gesprek te gaan, al betekent dat niet dat iedereen vanzelf zijn mening geeft.

“Als dingen niet lekker lopen of we gedrag niet goed begrijpen, helpt het om te horen wat er werkelijk speelt. Dan ontstaat er meer begrip en kun je veel beter aansluiten bij wat iemand nodig heeft. Het wordt dan veel meer een samenwerking.”

De bewonersvergadering vindt plaats in de woonkamer. Onderwerpen als woonplezier, de sfeer in de groep en hoe bewoners met elkaar omgaan, komen regelmatig terug. Ook afspraken en leefregels worden opnieuw besproken als dat nodig is. Soms gaat het om iets heel concreets. Zo werd het gezamenlijke avondeten altijd om vijf uur geserveerd. Bewoners gaven aan dat zij liever om half zes aten. De tijd werd aangepast.

Het klinkt misschien als een klein verschil. Maar juist daar zit voor Sarai de essentie: vragen wat bewoners vinden en vervolgens ook zichtbaar iets met hun inbreng doen.

“Jouw stem hebben we nodig”

Na de start van de bewonersvergaderingen ging Sarai zich verder verdiepen in de lokale cliëntenraad. Tijdens een bewonersvergadering vroeg ze wie daar belangstelling voor had. Uiteindelijk wilden drie bewoners, onder wie Michelle, die rol op zich nemen. Vervolgens werd aan de andere bewoners gevraagd of zij ermee akkoord waren dat deze drie hen zouden vertegenwoordigen. 

Michelle twijfelde in eerste instantie. Ze weet van zichzelf dat ze duidelijk kan zijn en haar mond opendoet als ze iets niet eerlijk vindt. “Ik dacht: ze vinden me straks een zeikerd. Ik kan best fel zijn.” Maar Sarai zag daarin juist haar kracht. “Ik heb tegen haar gezegd: juist daarom wil ik jou in de cliëntenraad. Jouw stem hebben we gewoon nodig.”

Een week voor iedere bewonersvergadering zitten de cliëntenraad, Sarai en een collega bij elkaar. Samen stellen ze de agenda op. Van de vergadering worden notulen gemaakt en actiepunten komen de volgende keer terug. En daar letten bewoners zelf inmiddels ook goed op. “Dan vragen ze: hé, wat is daar eigenlijk mee gebeurd?”, vertelt Sarai.

Niet voor een ander praten

Michelle haalt ook buiten de vergaderingen veel op. In de woonkamer hoort ze wat andere bewoners bezighoudt en ze moedigt hen aan om daar iets mee te doen. Daarbij probeert ze niet namens iedereen het woord te voeren. “Ik probeer toch dat ze het zelf vertellen”, zegt ze. Dat lukt steeds beter. In het begin vonden sommige bewoners het spannend om iets te zeggen, merkt Sarai. Inmiddels spreken meer mensen zich uit. Soms uit zichzelf, soms omdat Sarai, Michelle of een medewerker hen daar bewust toe uitnodigt.

Volgens Michelle heeft dat alles te maken met hoe veilig iemand zich voelt. Zelf heeft ze op verschillende plekken gewoond voordat ze bij Boekholt terechtkwam. Hier heeft ze naar eigen zeggen rust gevonden. En juist daardoor ontstaat ruimte om ook iets voor een ander te betekenen. “Je durft meer wanneer je je gehoord, gezien en veilig voelt”, zegt Michelle.

Investeren aan de voorkant

Goede inspraak organiseren kost tijd, erkent Sarai. Zeker in het begin vraagt het om organiseren, afspraken maken en zorgen dat er structuur ontstaat. Maar ze ziet dat niet als iets wat boven op het gewone werk komt. “Hoe dichter je bij elkaar komt, hoe makkelijker de dagelijkse zorg juist wordt. Dan ben je uiteindelijk minder tijd kwijt. Investeren aan de voorkant loont.” Daarmee raakt ze misschien wel aan de belangrijkste les van Boekholt. Medezeggenschap zit niet alleen in een cliëntenraad of een maandelijkse vergadering. Het zit ook in de manier waarop medewerkers iedere dag contact maken met bewoners. “Het zit verweven in je werk”, zegt Sarai. “Aansluiting vinden bij je groep, verbinding zoeken en goed luisteren.”

En misschien is dat ook waarom de lokale inspraak op Boekholt steeds meer vorm krijgt. Niet omdat daar een perfecte methode voor is gevonden, maar omdat bewoners ervaren dat er naar hen wordt geluisterd. Dat hun mening ertoe doet. En dat ze, zowel door medebewoners als de begeleiding, worden uitgenodigd om die mening ook daadwerkelijk uit te spreken.