Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud

Hoe huisvesting ‘leven in en met de samenleving’ mogelijk maakt(e)

Tientallen mensen onder één dak, met gemeenschappelijke slaapkamers en afgeschermd van de buitenwereld. Tot de jaren ’70 zag je dat nog volop in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en in de psychiatrie. Daarna begon Pameijer te bouwen aan iets anders: kleine woningen voor individuen, midden in de wijk, met eigen voordeuren en eigen sleutels. Dit betekende een omwenteling van jewelste, waarbij het ontwerp van locaties een cruciale rol speelde.

Gerke Kok en Hans Karstel maakten de omwenteling van dichtbij mee. Sterker nog, ze waren er onderdeel van. Gerke was als architect verantwoordelijk voor het ontwerp van heel wat Pameijer-locaties. Hans werkte bij Pameijer en was in die tijd onder andere directeur Centraal Buro, bestuurssecretaris en betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe locaties. Gerke en Hans zijn inmiddels met pensioen, maar ze komen in dit bijzondere jubileumjaar van Pameijer weer samen om terug te blikken op de periode waarin de huisvesting voor cliënten voorgoed veranderde.

Locaties waren naar binnen gericht

Als je voor de jaren ’70 locaties bezocht waar cliënten woonden, dan belandde je doorgaans in een wereld die zich buiten de samenleving afspeelde. Het waren vaak grote gebouwen buiten de stad. Of het waren voormalige woonhuizen waar meerdere mensen een kamer deelden. “Ook was er geen echt actieve dagbesteding. Gewerkt werd er al helemaal niet. Er waren zogenaamde leefgroepen waarvoor de ruimtes eenvoudig ontworpen waren”, legt Gerke uit. “Een paar stoelen, wat bergruimte en een plek om koffie te zetten. Dat was het wel.” De locaties waar cliënten woonden en verbleven waren zeer gesloten. Naar binnen gericht. “Zorg was gericht op bescherming. En die bescherming betekende afscherming van de samenleving.”

Nieuwe visie, andere gebouwen

In de jaren ‘70 en ’80 kwam daar steeds meer verandering in. Die verandering werd voor een belangrijk deel ingezet door ouders van cliënten met een verstandelijke beperking. Hun kinderen woonden vaak ver weg in grote instellingen in buitengebieden. De ouders wilden hun kind dichter bij huis. En als hun kind nog thuis woonde, maakten ze zich zorgen over de toekomst, want: wie zorgt er voor ons kind als wij er niet meer zijn? "De sleutel was kleinschaligheid", zegt Hans. “Ouders richtten in die tijd op eigen initiatief kleine dagverblijven en gezinsvervangende tehuizen in woonwijken op. Meerdere van deze initiatieven zijn later Pameijer-locaties geworden. Myosotis bijvoorbeeld, dat nu een ontwikkelcentrum is voor jonge kinderen met een beperking.”

Tegelijkertijd veranderde de kijk van Pameijer op wat cliënten nodig hadden én wat ze aankonden. In plaats van bescherming, werd meedoen het doel. In plaats van groepen, kwam het individu centraal te staan. 

Een andere opdracht voor de architect

De veranderende visie van Pameijer vroeg ook om andere gebouwen met andere ontwerpen. Grote woongebouwen met gezamenlijke slaapzalen en eenvoudige groepsruimtes, maakten plaats voor kleinschalige locaties met éénpersoonskamers, losse appartementen en ruimtes voor dagbesteding in de wijk. “Daardoor kwam er meer variatie in mijn werk en dat vond ik ontzettend leuk.”

Het betekende ook dat Gerke anders moest leren denken. “De samenwerking met Pameijer was daarvoor cruciaal. Ik stelde vooral veel vragen over de exacte eisen en wensen. Vervolgens maakte ik schetsen op A4'tjes, legde deze voor en paste ze aan waar nodig. Het nauwkeurig afstemmen aan het begin van een project scheelde later veel aanpassingen. En hoe beter we elkaar leerden kennen, hoe sneller het elke keer ging."

Gebouwen met werkplaatsen

Vanaf de jaren ’90 ging arbeid als vorm van dagbesteding een rol spelen. Dat vroeg weer een andere aanpak van het ontwerpen van locaties. De Passage op de Sliedrechtstraat werd hiervan het prototype. “Ik ontwierp een compleet nieuw gebouw met daarin verschillende werkplaatsen, zoals een bakkerij en een textielgroep”, laat Gerke weten. “In plaats van een simpele ruimte waar mensen alleen maar bij elkaar kwamen om koffie te drinken, bouwden we een plek waar ze aan het werk gingen om iets te maken. Totaal iets anders.”

Twijfels wegnemen

De komst van kleinschalige locaties kon niet rekenen op enthousiasme van iedereen. “Integendeel”, laat Hans weten. “Wijkbewoners vreesden dat cliënten die zelfstandig midden in hun wijk kwamen wonen voor onrust gingen zorgen. Ook verwanten geloofden niet dat cliënten de zelfstandigheid aankonden. En zelfs collega’s hadden soms twijfels. Ergens snapte ik dat wel. Cliënten gingen van een beschermde omgeving ineens naar zelfstandig wonen en werken. Dat is nogal een stap.”

Er was overtuigingskracht nodig om de twijfels weg te nemen. Pameijer besloot dat niet alleen te doen met woorden, maar ook met bewijs. “In landen als Zweden en de Verenigde Staten was de beweging naar meer openheid en zelfstandigheid al verder. Collega's én verwanten gingen op reis om te zien hoe dat daar werkte. Toen ze met eigen ogen zagen dát het werkte, moesten ze wel toegeven dat het toch mogelijk was”, vertelt Hans.

Ondanks de buitenlandse bewijzen dat het werkte, was elke verandering bij Pameijer opnieuw spannend. Zo herinnert Hans zich de verhuizing van een van de laatste grote groepen cliënten met een verstandelijke beperking. Vanuit het Deltaziekenhuis met gemeenschappelijke slaapzalen gingen ze naar rijtjeswoningen in Hoogvliet. “Iedereen kreeg een eigen sleutel, eigen verantwoordelijkheid en een eigen leven in de wijk. Er was weerstand onder verwanten. En de collega’s vanuit zowel Delta als Pameijer waren gespannen. We hadden psychologen, orthopedagogen en extra nachtwachten klaarstaan om de overgang te begeleiden. Maar wat bleek? Binnen een week deden cliënten boodschappen in het winkelcentrum alsof ze nooit anders hadden gedaan. Dat had niemand durven dromen.”

Zuinig op gebouwen

Gerke rijdt nog weleens langs locaties waarbij hij vroeger betrokken was als architect. Zoals woonlocatie Westvest in Schiedam. “Daar heb ik de ontwerpschetsen nog van”, zegt hij, terwijl hij de tekeningen op tafel legt. “En die staat er nog, net als de locatie aan de Sliedrechtstraat. Ook zag ik dat de locatie aan de Brigantijnstraat is gerenoveerd. Dat Pameijer zuinig met de gebouwen omgaat, daar word ik blij van.” Toch zijn er ook locaties gesloopt die Gerke ontwierp, zoals aan de J.S. Bachstraat in Ridderkerk. “Dat was een mooi gebouw. Het raakte me wel toen ik ontdekte dat het weg was.” De sloop was niet voor niets. Binnenkort wordt hier een nieuwe woonlocatie van Pameijer geopend. 

Als Hans terugkijkt op zijn carrière bij Pameijer, dan ziet hij een club van gelijkgestemden. "Iedereen zat op één lijn en er was altijd beweging.” Dat was ook hard nodig om ‘leven in en met de samenleving’ voor cliënten steeds meer mogelijk te maken. “We staan er vaak niet bij stil, maar de ontwikkeling van meer open huisvesting speelde daarbij een cruciale rol. En gelukkig gaat die ontwikkeling nog steeds door.”

Tegenwoordig ligt de focus op het volledig meedoen in de maatschappij. De ondersteuning komt op bezoek bij de cliënt in zijn of haar eigen woning die een volwaardig appartement is. Bij nieuwbouwprojecten krijgen studio’s en appartementen een eigen badkamer en ten minste een keukenblok. In een gezamenlijke huiskamer en keuken kunnen bewoners elkaar ontmoeten om te voorkomen dat zij zich eenzaam voelen. Voor cliënten die veel begeleiding nodig hebben, biedt een gezamenlijke ruimte ook veiligheid. Samen koken en eten is gezellig en zorgt ervoor dat begeleiding dichtbij is wanneer dat nodig is.