Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud

Debbie: "Waar wil JIJ ondersteuning bij? Wat is voor JOU belangrijk?"

Pameijer bestaat 100 jaar. Dit jubileumjaar delen we elke maand het verhaal van een medewerker die óók een jubileum viert. Ze vertellen over hun werk, leermomenten en mooie, pittige en grappige herinneringen. Over wat het vraagt om dit werk te doen. Twaalf maanden, twaalf verhalen.

Als een arrangeur een intakegesprek heeft, ligt meestal het ondersteuningsplan van de gemeente op tafel. Debbie van Mastrigt (51) legt dat plan graag eerst even opzij en vraagt de cliënt: "Waar wil JIJ ondersteuning bij? Wat is voor JOU belangrijk?" Typisch Debbie. Eerlijk, nuchter en direct. Dat is haar kracht en die komt haar deze maand precies twintig jaar goed van pas bij Pameijer.

Start bij Pameijer

Debbie deed de koksschool toen ze de ziekte van Crohn kreeg. Omdat ze daardoor alleen nog zittend werk kon doen, leek het haar niet slim om de koksschool af te maken. Ze ging een tijdje administratief werk doen bij een bedrijf. Toen het fysiek weer beter ging, wilde ze haar droom waarmaken: werken op een cruiseschip. Om eerst een financiële buffer op te bouwen, werkte ze 3 nachten per week achter de bar in een discotheek en nog eens 3 drie dagen bij een reisbureau. 

Die droom van de baan op het cruiseschip? “Die is nooit uitgekomen, maar ik kan ermee leven hoor”, zegt ze. Ze deed verschillende administratieve banen totdat ze na een reorganisatie ineens thuis zat. Haar zus werkte bij Pameijer en vertelde over een baan bij een locatie in Oud-Beijerland. Ze solliciteerde op deze administratieve baan en in april 2006 kon ze beginnen.

Doe even normaal

De zorg was nieuw voor Debbie, maar ze burgerde makkelijk in. Ook omdat ze een no-nonsense mens is. “Het maakt me niet uit of er nou een collega, manager of cliënt voor me staat. Ik praat met iedereen op een even nuchtere manier." Zo deed ze dat ook tegen een cliënt die nog wel eens deed alsof ze een epileptische aanval had. Ze zei: “Ga even zitten en neem een slok water”, en schonk er verder geen aandacht aan. Die nuchtere aanpak werkte, want ze werd meteen rustig."

Hoewel Debbie administratief werk deed, sprak ze regelmatig met cliënten omdat ze het voedingsgeld uitkeerde. "Tijdens die gesprekken gaf ik ze nog wel tips over wat ze konden doen, zoals een opleiding. Eén van de cliënten vond dat prettig en vroeg of ik haar begeleider kon worden, maar ik had de ambitie niet.”

Begeleider werd Debbie dus niet, na tien jaar administratie wilde ze wel graag arrangeur worden maar had daarover wat twijfels. "Ik voldeed aan een paar vereisten, maar misten er ook een paar. Mijn manager moedigde mij aan en zei dat het echt een baan voor mij was. Dus ik ging ervoor en het lukte."

Hulpvraag is vaak niet de échte hulpvraag

Als arrangeur doet Debbie de intakegesprekken met nieuwe cliënten. Daarvoor krijgt ze van tevoren een ondersteuningsplan dat is ingevuld door de gemeente. "Daar staan vaak veel te veel doelen in en van die standaardzinnen, zoals: 'Ik kom mijn afspraken na' of 'Ik vind het moeilijk om mijn post open te maken.' Ook de hulpvraag zoals die in het plan staat, is lang niet altijd de hulpvraag die er écht is. Soms is die achterhaald of er is een onderliggende hulpvraag. Daarom begin ik een intakegesprek vaak met de vraag waar de cliënt zelf ondersteuning bij wil. Daar gaat het toch om?” 

Als het allemaal goed gaat, ziet ze een cliënt pas na een jaar weer. Dat is ook de bedoeling, want als arrangeur ben je op de achtergrond aanwezig. “De begeleider doet de begeleiding. Pas als er iets anders nodig is dat geregeld moet worden omdat het bijvoorbeeld niet goed gaat, kom ik weer in beeld."

Maanden later een app

Debbie herinnert zich zo’n geval met een cliënt die op een beschermde woonvorm woonde. Daar mochten geen middelen worden gebruikt, maar hij deed dat wel omdat hij niet van zijn verslaving afkwam. "Ik heb hem regelmatig verteld wat hij moest doen, maar daar was hij het nóóit mee eens." Uiteindelijk vond ze een andere woonplek voor hem in het oosten van het land. "Ook dat wilde hij niet. Hij was vaak boos op mij omdat ik van alles van hem vroeg. Je kan misschien zeggen dat hij zielig was, hij was ziek. Maar er zijn wel grenzen."

Toch verhuisde hij naar Oost-Nederland. Na een paar maanden stuurde hij Debbie een appje met de tekst: ‘Het is hier fantastisch. Ik ben blij dat je hebt doorgezet dat ik hier moest gaan wonen. Veel beter dan in Rotterdam.’ Ze vond het “geweldig dat hij de moeite had genomen om dat te appen. Dat geeft je wel voldoening in je werk."

Altijd beweging

Gezien de vele wisselingen van banen aan het begin van haar carrière, is het best bijzonder dat Debbie nu al twintig jaar bij Pameijer werkt. Een uitzondering is ze zeker niet. "Ik heb hier vrijheid om mijn eigen tijd en werk in te delen. Bovendien is Pameijer vooruitstrevend waardoor er altijd beweging is en het is nooit saai. Het is niet voor niets dat heel veel mensen hier lang werken."

Wat haar wel opvalt na zoveel jaar, is dat de hulpvragen complexer worden. “We zien steeds meer mensen met multiproblematiek: meer verslaving, meer psychoses. Dat maakt het ingewikkelder om mensen zelfstandig een plek te geven in de samenleving. Voor een grote groep kan dit nog prima, maar op anderen wil je gewoon wat meer zicht hebben."

Dankzij haar nuchtere houding kan Debbie die complexiteit goed aan. Daarnaast voelt ze zich gesteund door haar vier collega-arrangeurs in Hoogvliet. "We vullen elkaar als team geweldig aan en ook wij gaan lekker normaal met elkaar om. Die nuchterheid van mijn collega’s die ik bij heel Pameijer zie, daar hou ik van"