gezinshuis
Een gezinshuis is een gewoon huis in een gewone straat, met gewone ouders die er altijd voor je zijn. Ze hebben zelf kinderen, maar er wonen ook kinderen die net als
jij niet bij hun echte vader en moeder kunnen blijven. Samen zijn jullie een gezin waar jij je thuis kunt voelen.
Overdag ga je naar school. ’s Middags kom je thuis in het gezinshuis, bij de kinderen met wie je als broers en zussen samen leeft. Je speelt met vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt of je gaat bijvoorbeeld lekker met de huisdieren kroelen, als je daar tenminste van houdt. Je hebt een eigen kamer en je kunt sporten of lid worden van een club.
Net als in een gewoon gezin zeggen de ouders van het gezinshuis hoe laat je naar bed moet, of je tv mag kijken en dat je groenten en fruit moet eten. De gezinsouders
helpen je met huiswerk en gaan af en toe naar jouw school om met de juf of meester te bespreken hoe het met je gaat.
Het gezinshuis is een gezellige en veilige plek, maar je wilt je echte ouders natuurlijk ook regelmatig zien. Zij zijn en blijven belangrijk voor jou. Daarom kun je soms ook bij je vader en moeder logeren.
Als je eraan toe bent, ga je het huis uit. Dit is meestal rond je 21e, net zoals het in gewone gezinnen ook gaat. Waar je daarna gaat wonen, hangt af van je wensen en mogelijkheden.

